2025, Stikstof belasting gehalveerd.

De totale belasting van het oppervlaktewater met stikstofverbindingen is in de periode 1990-2021 met 45 procent afgenomen, van 158 miljoen kilogram stikstof (N) tot 87 miljoen kilogram. De belangrijkste bronnen voor stikstof in oppervlaktewater zijn uit- en afspoeling vanaf landbouw- en natuurbodems (samen bijna 60 procent), restlozingen vanuit het rioolstelsel en rioolwaterzuiveringsinstallaties (20 procent) en atmosferische depositie (17 procent, exclusief depositie op de Noordzee). Alle drie zijn indirecte bronnen, waarbij de stikstof in het oppervlaktewater belandt via achtereenvolgens bodem en grondwater, rioolwater en lucht. Directe lozingen van stikstof op het oppervlaktewater, bijvoorbeeld vanuit industrie en huishoudens, spelen nog slechts een marginale rol (5 procent).

Ruim een zesde (17 procent) van de stikstofbelasting van het oppervlaktewater kan worden toegerekend aan directe atmosferische depositie (droge en natte depositie vanuit de lucht) op het wateroppervlak. De oorspronkelijke bronnen zijn emissies naar de lucht vanuit de landbouw, industrie en het verkeer, zowel uit binnenland als buitenland. De cijfers die in dit dossier worden gepresenteerd hebben alleen betrekking op de stikstofverbindingen die rechtstreeks neerslaan op de zoete oppervlaktewateren (binnenwater) en een smalle kuststrook. De atmosferische depositie op de Noordzee (buitenwater) is niet meegenomen. (Bron: CBS)

In 2023 bleef de concentratie stikstofdioxide (NO2) in Nederland onder de jaargemiddelde Europese grenswaarde van 40 µg/m3. Dit geldt voor zowel voor de regionale en stedelijke achtergrondlocaties als voor de verkeersbelastende locaties. In 2023 werd de jaargemiddelde advieswaarde (10 µg/m3) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op de stedelijke en verkeersbelastende meetstations wel overschreden, net als in de voorgaande jaren. (Bron: CLO)

De Partij voor de Mindere ziet een halvering van de stikstof belasting en de in de lucht aanwezige stikstofdioxide. De Partij voor de Mindere wil dat Nederland weer tot leven komt en huisvesting kan bouwen. Het stikstof model Aerius is fictie en kan niet de werkelijkheid weergeven. De stikstof wetten vervallen. De stikstof depositie gaat naar die van Duitsland.

Arnout Jaspers (Wynia’s week, Ook het RIVM geeft nu toe dat ‘stikstof van zee’ niet bestaat, en dat zijn modellen de werkelijkheid niet aankunnen) constateert dat het RIVM sjoemelde met de werkelijkheid opdat het Aerius model klopte. Het Nederlandse stikstofbeleid is compleet Sciencefiction. Vrijwel elke zin in die beschrijving is feitelijk onjuist. Het RIVM weet dat al minstens tien jaar, maar geeft dat nu pas openlijk toe. Over het onvermogen van Aerius om de stikstofdepositie tot op het detailniveau van individuele bedrijven toe te rekenen, bestaat al jaren consensus, maar de fictie van de ‘stikstof van zee’ zit nog steeds in de modellen van het RIVM, dus indirect ook in Aerius.

Geef een reactie