De sociale veiligheid van leerlingen en personeel is een belangrijk aspect van de kwaliteit van onderwijs. De inspectie ziet daarop toe. In het toezicht op scholen let de inspectie erop of scholen zich houden aan de wettelijke voorschriften die hiervoor gelden. Als sprake is van ernstige incidenten (bijvoorbeeld seksueel misbruik of radicalisering) onderneemt de vertrouwensinspecteur actie. Er is een toename in het aantal incidenten.
Zeker is dat de school nog niet altijd voor alle leerlingen een veilige omgeving is. Aandachtspunten hierbij zijn het stijgende aantal meldingen over psychisch geweld tussen leerlingen – waaronder (ernstig) pestgedrag, ook via social media – en over fysieke geweldsincidenten. De inspectie merkt hierbij op dat de ernst van het geweld lijkt toe te nemen; de meldingen gaan vaker over zware mishandeling, bedreiging met fysiek geweld en wapenbezit. Daarnaast blijft het aantal meldingen van seksuele intimidatie en seksueel misbruik in het onderwijs toenemen. Steeds vaker gaat het hierbij over seksueel grensoverschrijdend gedrag van leraren of leden van het onderwijsondersteunend personeel richting minderjarige leerlingen.
De Partij voor de Mindere wil altijd en overal een veilige opvang en leeromgeving. De school besturen moeten een veilige school omgeving regelen. Alleen diegene die op school horen te zijn zijn toegelaten. De Partij voor de Mindere stelt voor om bij incidenten een publieke rechtdoen zaak te beginnen op de school, om bully’s aan te klagen en de slachtoffers de gelegenheid te geven om hun woord te doen. Dit geldt ook voor incidenten op sociale media.
Op veel scholen wordt geïnvesteerd in burgerschap onderwijs, seksuele vorming en een veilige schoolcultuur, waarbij het gesprek wordt aangegaan over omgangsvormen en leerlingen en personeel dingen ook bespreekbaar durven maken. De school moet ook duidelijk communiceren naar leerlingen (en ouders) over de geldende sociale veiligheidsregels en de consequenties van overtreding hiervan.
De Partij voor de Mindere wil dat bij geweld door leerlingen de ultieme straf verwijdering van de leeromgeving wordt toegepast. Bij kinderen onder de 18 jaar wordt de ouder verantwoordelijk gesteld voor de schade van slachtoffers en van schade aan de leer omgeving.
